Hoogfrequente stoorsignalen

 

De invloed van hoogfrequente stoorsignalen zoals die opgewekt worden door onder meer computers en mobiele telefoons, is een omstreden onderwerp dat door audioliefhebbers op allerlei manieren wordt aangepakt. Soms is die aanpak echter niet zo consequent en zinnig. Het effect kan zelfs averechts uitpakken. Ook hier gelden de regels van de hoogfrequenttechniek en die laten niet met zich sollen. Met gebruik van de Filter Link worden die verschijnselen volledig in de kiem gesmoord zodat het in ieder geval geen negatieve invloed meer kan hebben.

 

Stoorsignalen van buitenaf

 

Er gaan vele verhalen de ronde over de invloed van stoorsignalen. Een veel gebruikte methode om stoorsignalen te dempen is het gebruik van ferrieten en netspanningfilters. Ferrieten dempen de antennewerking van kabels waardoor apparatuur die gevoelig is voor stoorsignalen in principe minder last daarvan zal ondervinden. Met name bij computers en 100 Hertz televisietoestellen kan het gebruik van een ferriet om de kabel goed werk doen om bijvoorbeeld storing in radio-ontvangst te verminderen. Een netspanningsfilter kan preventief zeker zin hebben maar er kan eveneens een omgekeerd effect optreden door de introductie van lekstromen. Vooral bij zelfbouw van netfilters is het oppassen dat het middel niet erger wordt dan de kwaal.

 

Het beste wapen tegen stoorsignalen is het gebruik van goed afgeschermde kabels, behuizingen en connectoren. Vooral de laatste zijn wat dat betreft meestal de zwakste schakel. Doordat de Filter Link juist het gebruik van een degelijke zogeheten hoogfrequentdichte kabel voorschrijft, wordt al aan een belangrijke voorwaarde voldaan. Daarnaast is het ontwerp van de Filter Link zodanig opgezet dat die zelf niet gevoelig is voor dit soort verstoringen.

 

 

Stoorsignalen van binnenuit

 

Een onderwerp waar nog niet zoveel over is gesproken, maar dat ongetwijfeld meer invloed heeft dan stoorsignalen van buitenaf, zijn die van binnenuit komen. Apparatuur voorzien van een microprocessor, een kleine computer, produceert per definitie stoorsignalen. Het hangt van het ontwerp en de opbouw van het apparaat af of die signalen kunnen binnendringen in het audiogedeelte. Audiobladen schenken hier nauwelijks aandacht aan en meten dit soort signalen eigenlijk vrijwel nooit. Wellicht is dit het nog meest onderschatte onderwerp van allemaal. Ook hier speelt mee dat als er al metingen worden gedaan, dit meestal gebeurt met digitale meetapparatuur die hoe geavanceerd dan ook binnen het audiogebied, de frequenties buiten het audiogebied systematisch wegfilteren. Ook al zou een cd-speler heftige stoorsignalen produceren, dan is de kans erg groot dat het compleet over het hoofd wordt gezien.

 

Of de stoorsignalen invloed kunnen hebben op de geluidskwaliteit zal afhankelijk zijn van de eigenschappen van de toegepaste schakelingen en is menig discussie waard. Ook die wordt hier vermeden. De Filter Link blokkeert dit soort signalen namelijk zodat ze de aangesloten versterker niet meer kunnen bereiken. En als er geen stoorsignalen meer zijn kunnen ze in elk geval de geluidskwaliteit ook niet meer negatief beïnvloeden.

 

 

Technische achtergrond

 

Er wordt over het algemeen maar weinig aandacht besteed aan de zogeheten spectrale reinheid. Gezien de hoeveelheid energie en de breedbandigheid van de stoorsignalen, zet dit eigenlijk vele andere factoren waar audioliefhebbers het over hebben en menig fortuin aan spenderen in het niet. De reden waarom er vaak vrij veel stoorsignalen aanwezig zijn is veelal terug te voeren naar het ontwerp. Apparatuur voor de consumentenmarkt is meestal uitgevoerd met een transformatorvoeding in de behuizing. Inductie van het magnetisch veld geeft per definitie kans op een bromverstoring in de audiowegen en om die reden worden printen vaak met een steraardesysteem uitgevoerd. Zeker bij versterkers met een platenspeleringang zijn bromproblemen anders haast niet te voorkomen. Een andere oplossing voor dit probleem is het gebruik van een geschakelde voeding, zoals vaak aanwezig in een DVD-speler. Helaas is ook die oplossing niet ideaal. Een geschakelde voeding is van origine een stoorsignaalbron waarvan de mogelijke onderdrukking sterk afhangt van de opbouw van het apparaat.

Het steraardesysteem mag dan heilig zijn voor bromproblemen, het is een grote omweg voor hoogfrequente signalen. Daardoor kunnen er op de print hoogfrequente stromen lopen die plaatselijk resulteren in forse  potentiaalverschillen. Die laatste kunnen op een ongewenste manier binnendringen en als uitgangsspanning aan de audio-uitgangen verschijnen.

 

De onderstaande afbeelding laat het scherm zien van een spectrumanalyser aangesloten op een uitgeschakelde high-end cd-speler. Er zijn hier geen signalen te zien zodat zeker is dat geen radiosignalen van buitenaf worden mee gemeten. Wat te zien is, is uitsluitend ruis op een zeer laag niveau.

 

 

 

High-end cd-speler asymmetrische uitgang linker kanaal in uitgeschakelde toestand.

 

 

De volgende afbeelding geeft het spectrum weer bij cd-weergave. Er is een zeer uitgebreid spectrum zichtbaar met een behoorlijk energieniveau dat doorloopt tot meer dan 250 MHz. Het signaalniveau is in voor de bron lage 50 ohm impedantie gemeten en stijgt daarom nog aanzienlijk in niveau bij aansturing van een hoogohmige bron zoals een versterker. Deze stoorsignalen worden dus rechtstreeks aangeboden aan de aangesloten apparatuur! De meetresultaten zijn aantoonbaar echt, volledig reproduceerbaar, niet exemplarisch en niet gemanipuleerd.

 

 

 

High-end cd-speler asymmetrische uitgang linker kanaal bij cd-weergave.

 

 

Naast ongemoduleerde signalen bevat het spectrum ook talrijke amplitude, frequentie en fasegemoduleerde effecten die gedetecteerd binnen het audiospectrum heftige ratelgeluiden bevatten. Als er ook maar enige vorm van detectie optreedt in de schakelingen van de aangesloten apparatuur dan is het denkbaar dat de gemoduleerde inhoud in zekere mate naar buiten komt. In de brei bevindt zich bij diverse cd-spelers ook een markant aanwezig spectrum afkomstig van displays die veelal een zware bromachtige ratelmodulatie bevatten die sterk afhankelijk is van hoe het display staat ingesteld (fel, zwak of uit). Juist de displays geven energie af in een relatief laag frequentiegebied.

 

 

Mutingtransistoren

 

Opvallend is de uitkomst te noemen van een onderzoek naar de herkomst van de stoorsignalen bij een high-end cd-speler. Een deel van de signalen bleek namelijk doorgegeven te worden via zogeheten mutingtransistoren. Deze componenten worden in een cd-speler toegepast om het audiosignaal te dempen bij versneld doorspoelen en soms ook om schakelklikken te onderdrukken bij het wisselen van fragment en in de pauzestand. Ook bij sommige andere apparatuur kunnen mutingtransistoren zijn toegepast. De oorzaak van de verslechtering van de spectrale reinheid bleek in het geheel niets te maken te hebben met de transistoren zelf, waarvan een negatieve invloed ook niet te verwachten is, maar van het schakelsignaal waarmee ze worden aangestuurd. Vaak is dit schakelsignaal direct afkomstig vanuit een microprocessor of een digitale stuurschakeling. Hoewel het stuursignaal vaak een functie heeft als een schakelende gelijkspanning, is er een nogal harde koppeling aanwezig met de digitale schakelingen. Het volgende, zeer breedbandige stoorspectrum was te meten op die signaallijn.

 

 

 

High-end cd-speler schakellijn mutingtransistoren in het HF-gebied.

 

 

Er is een telkens herhalend (spiegelend) spectrum meetbaar van klokfrequenties met ontelbare harmonischen. Niet alleen begint dit spectrum al bij lage frequenties, het loopt ook met een relatief hoog energieniveau erg ver door.

 

 

 

High-end cd-speler schakellijn mutingtransistoren in het VHF-gebied.

 

 

Het is interessant om te zien hoe het stoorsignaal van de schakellijn van de mutingtransistoren overspreekt naar de audiouitgangen, door de meetresultaten over elkaar heen te projecteren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

High-end cd-speler schakellijn mutingtransistoren en uitgang linker kanaal bij cd-weergave.

 

 

Duidelijk is te zien dat dezelfde stoorsignalen via de transistoren doorlekken naar de audio-uitgangen, zoals hier verduidelijkt met de rode lijnen. Het onderbreken van de lijn is simpelweg voldoende om dit deel van de verstoringen weg te nemen van de audio-uitgangen maar dan werken de mutingtransistoren natuurlijk ook niet meer. De juiste filtering in de lijn lost dit verschijnsel ook op terwijl de functionaliteit van de mutingtransistoren wel gehandhaafd blijft. Dit vergt echter een modificatie in de cd-speler en die zal in principe bij de meeste gebruikers ongewenst zijn. De Filter Link lost het echter ook op zoals verderop wordt verduidelijkt.

 

 

Laagfrequente stoorsignalen

 

Naast hoogfrequente producten begint het gerommel op de audio-uitgangen bij sommige cd-spelers al vlak boven de audioband. In het volgende meetresultaat is een product te vinden op 176 kHz, wat hier neerkomt op de helft van de achtvoudige overbemonsteringsfrequentie (44,1 kHz x 4). Om aan te geven wat het niveau is van zo’n stoorsignaal ten opzichte van het muzieksignaal is dat het in dit voorbeeld maar 15 dB ligt onder een zachte passage op –40 dB (niveau is verrekend met het meten in 50 Ω impedantie). Omgerekend zou dit neerkomen op een soort vervorming in orde en grootte van 18 %. Veel eindversterkers zullen dit signaal nog in bepaalde mate op de uitgang naar de luidsprekers kunnen afgeven. Dat het daar helemaal niets te zoeken heeft mag zonder verdere discussie over de gehoormatige invloed duidelijk zijn.

 

 

LF-stoorproduct cd-speler uitgang linker kanaal tijdens cd-weergave.

 

 

Suggesties

 

Delta Sigma Audio beweert niet dat dit soort signalen de enige oorzaak is voor beïnvloeding van de geluidsweergave. Wel is te zeggen dat het veel aannemelijker dat dit soort stoorsignalen de geluidskwaliteit wijzigt dan vele andere aangegeven oorzaken. Zo is denkbaar dat de signaalsterkte van de stoorsignalen pas bij een voldoende hoog geluidsniveau de aangesloten versterker gaan beïnvloeden. Doordat de volumeregelaar door de constructie van de versterker ook het niveau regelt van de stoorsignalen zou dit een verklaring kunnen zijn dat veel versterkers bij cd-weergave bij een bepaald niveau of stand van de volumeregelaar een stuk rauwer gaan klinken.

 

Ook het beter klinken van het geluid met een voorversterker in de keten dan bij een rechtstreeks aangesloten cd-speler op een eindversterker kan hierdoor beter verklaarbaar worden. Juist een eindversterker direct aangesloten op een cd-speler, waarbij de interne volumeregelaar wordt gebruikt, geeft de meest slechte signaal-stoorverhouding. De meeste stoorsignalen komen namelijk niet uit de versterkerschakelingen zelf maar via andere wegen op de uitgangen terecht. Een interne regelaar op nul laat de stoorsignalen dus niet verdwijnen. Doordat een massaverbinding wordt gemaakt in een ander deel van de behuizing nemen ze eerder juist toe. Vergelijkenderwijs is aan te nemen is dat de eindversterker er minder tegen bestand is dan de over het algemeen meer breedbandige voorversterker. Eigenlijk kunnen in zo’n situatie legio wijzigingen een schijnbaar mysterieuze, maar in werkelijkheid dan logisch verklaarbare invloed uitoefenen.

Het zou ook zo kunnen zijn dat de door velen beweerde hoorbare verschillen met het toepassen van bijzondere kabels hierdoor beter verklaard worden. De in de handel verkrijgbare kabels hebben namelijk een sterk wisselende invloed op het transport van de hoogfrequente stoorsignalen. Zeker exotische varianten zoals koolstofkabels of getwiste niet-afgeschermde kabels kunnen hier sterke invloed op hebben. Uiteraard geldt dit ook voor storingen van buitenaf, zoals verklaard op de pagina over kabels en connectoren. Ook de lengte van zo’n kabel en het in of juist uitschakelen van een opname-apparaat dat parallel is aangesloten kan dan ineens een rol gaan spelen.


Ook wordt al zeer geruime tijd beweerd dat het verwijderen van mutingtransistoren een positieve invloed zou hebben op de geluidskwaliteit. Zo’n bewering is te respecteren in plaats van te torpederen maar veel interessanter is de mogelijke oorzaak voor de bewering uit te vinden. Daarvoor ontbreekt dan meestal een zinnige onderbouwing. De invloed die mutingtransitoren kunnen hebben op de aanwezigheid van hoogfrequente stoorsignalen is wel ondubbelzinnig verklaarbaar. Als audiohobbyisten aangeven gehoormatige verschillen waar te nemen dan is het juist belangrijk om de oorzaak hiervoor te achterhalen.

 

Hetzelfde geldt voor de invloed van displays waarvan de stoorsignalen een sterk aanwezig aandeel kunnen vormen in het totaal. Het is in principe mogelijk dat hier een relatie is te leggen met de ervaringen van audioliefhebbers die er van overtuigd zijn dat hun installatie beter klinkt met afgeschakelde displays. Interessant hierbij is het verhaal over de aanwezige interne bekabeling in cd-spelers die veelal verguisd wordt in de discussies, met name van en naar volumeregelaars die vaak aan het frontpaneel zijn gesitueerd en waarbij soms wordt gesteld dat vervanging door ander type kabel gehoormatig veel winst oplevert. Ook de lengte van dit kabeltje zou de boosdoener zijn. Puur laagfrequent gezien nogal discutabel maar uit metingen blijkt wel overduidelijk dat aanzienlijk veel meer hoogfrequente stoorsignalen worden opgepikt als bekabeling en volumeregelaar dichterbij een display en in de nabijheid van digitale circuits moeten worden gemonteerd. Allicht dat ook de kwaliteit van de afscherming van dat stukje kabel en de manier van montage hier veel invloed op heeft. Fabrieksmatig heeft dit kabeltje nogal eens een matige tot zeer slechte afscherming.

 

Delta Sigma Audio houdt het nadrukkelijk bij suggesties doet zelf geen slecht onderbouwde beweringen over het vaststaande feit van wel of geen hoorbare invloed. Stof tot nadenken geeft de nog steeds muzikaal begeerde analoge platenspeler waarvan vast staat dat die ondanks al zijn beperkingen in elk geval geen hoogfrequente stoorsignalen produceert!

 


Wat biedt de Filter Link in dit verband?

De Filter Link rekent aan de ingang al af met al de hoogfrequente stoorsignalen van een microprocessorgestuurde voorversterker, cd-speler of andere bron. Ook laagfrequente producten vanaf 250 kHz, zoals veelvouden of afgeleiden van de bemonsteringsfrequentie, worden grondig aangepakt.

 

Verder zorgt filtering dat hoogfrequente ruis wordt onderdrukt en dat die signalen ook niet vanaf de andere kant kunnen binnenkomen. Het uitgaande signaal bevat nog slechts het audiosignaal en niets anders. Sterker nog, er zullen weinig maar audiocomponenten zijn die over het gehele frequentiespectum zo’n schoon signaal afleveren aan de uitgang als de Filter Link van Delta Sigma Audio.

 

De Filter Link is een passief apparaat en er is dus geen voeding nodig. De uitvoering is volledig gescheiden per kanaal waardoor negatieve invloed van het ene naar het andere kanaal is uitgesloten. De bijbehorende kabels zijn dubbelafgeschermd en de connectoren zijn hoogfrequentdicht.


De Filter Link volgt een hoogfrequentontwerp en is uitgevoerd in een van massavlakken voorziene print in SMD-techniek.

 

De versterker krijgt dus een schoon signaal aangeboden zonder laag- en hoogfrequente verstoringen afkomstig van digitale processors en displays. Groot voordeel is daarbij ook dat de apparatuur zelf niet gemodificeerd hoeft te worden, wat sowieso de nodige kundigheid vereist zonder bijwerkingen of beschadigingen te veroorzaken. Ook de garantie- en inruilmogelijkheden blijven zo ongewijzigd.

 

 

Terug naar boven

Terug naar de hoofdpagina