Signaalaanpassing van audiocomponenten

 

Al jaren blijven de fabrikanten de audio-apparatuur zo maken dat het ene component niet op het andere aanpast. Twee beruchte voorbeelden hiervan zijn een cd-speler op een versterker en voorversterker op een eindversterker. Op deze pagina wordt de achtergrond hiervan nader toegelicht.

 

Voorbeeld 1 – cd-speler en versterker:

 

 

Voorbeeld 2 – voorversterker en eindversterker:

 

 

Het gevolg van de misaanpassing is dat menig versterker het maximale uitgangsvermogen al bereikt wanneer de volumeregelaar zo ongeveer op stand drie à vier staat als stand tien het maximum is. Het bereiken van het maximale niveau wordt ook wel vastlopen genoemd. Eenvoudig gezegd kan de versterker al op stand drie eigenlijk niet harder meer gezet worden. Het gaat nog wel harder klinken, maar dat is vooral omdat het geluid enorm gaat vervormen. De geluidskwaliteit gaat daarbij met sprongen achteruit.

 

De reden dat de fabrikanten dit doen zal hoogstwaarschijnlijk een commerciële zijn. De versterker lijkt namelijk een enorm krachtig apparaat te zijn als het op die stand al oorverdovend klinkt. De knop kan immers nog tot tien. Een versterker van een ander merk in de winkel die dat niet doet zal vast geen verkoopsucces worden.

 

De verkeerde aanpassing heeft echter een paar fikse nadelen:

 

o        Er is kans op beschadiging van luidsprekers, versterker en oren wanneer de volumeregelaar wat te enthousiast wordt opengedraaid of wanneer wordt overgeschakeld van de ene bron naar de andere, zoals bijvoorbeeld van radio naar cd-speler.

o        De volumeregelaar wordt maar over een klein bereik gebruikt. Zo zal de stand van de volumeregelaar in de dagelijkse praktijk meestal niet verder komen dan 1 à 2. Op dit huiskamervolume wordt dus maar gebruik gemaakt van 10 à 20 % van de volumepotmeter. In dit dus hele belangrijke gebied is de kans heel groot dat een behoorlijk verschil tussen de geluidssterkte van linker en rechter kanaal aanwezig is. Onbalans in dit gebied is bij de meeste versterkers eerder regel dan uitzondering en is ook nog eens wisselend met elke verdraaiing van het volume. Dit is niet alleen erg irritant, maar het geeft ook een groter negatief effect op de geluidskwaliteit dan menigeen misschien zou verwachten. Bovendien zal juist dit belangrijke gedeelte van de potmeter door het intensieve gebruik eerder slijten. Dit kan zich uitten door krakende geluiden tijden het verdraaien.

 

o        Bij een losse voor- en eindversterkercombinatie kan er ruis klinken uit de luidsprekers wanneer de volumeregelaar nog op nul staat en verdwijnt wanneer u de voorversterker uitschakelt. Dit is natuurlijk een hele hinderlijke bijwerking. Veelal is die bijwerking geheel onnodig.

o        Bij veel versterkers is het toonregelingcircuit gekoppeld aan de stand van de volumeregelaar. Een theoretisch goed doordachte constructie, maar in de praktijk absoluut zinloos als de componenten niet goed op elkaar zijn afgestemd. Het gebruik van toonregeling is bij de meeste audioliefhebbers taboe vanuit puristische overwegingen. Toch is het van belang te vermelden dat door de misaanpassing van niveaus het gevaar voor overbelasting aanzienlijk wordt vergroot. De hoeveelheid versterking is meestal gerelateerd aan de stand van de volumeregelaar en wel zodanig dat de compensatie steeds minder wordt naarmate de regelaar verder wordt opengedraaid. Door de misaanpassing wordt het maximale vermogen al op een veel lagere stand van de volumeregelaar bereikt. Op die stand telt dan nog eens de extra versterking van lage en hoge tonen op waardoor het effect wordt vergroot en de versterker nog eerder zal vastlopen.

 

De Filter Link lost het op

 

De bovenstaande problemen zijn op te lossen door het gebruik van de Δ-FL Filter Link. Door het apparaat op te nemen tussen de cd-speler en de versterker of tussen voor- en eindversterker ontstaan alleen al wat betreft de signaalaanpassing de volgende voordelen:

 

o        De volumeregelaar zal veel fijner en over een stuk groter gebied te gebruiken zijn. Het volume wordt heel gemakkelijk en nauwkeurig regelbaar zonder zenuwachtig gedrag. Aangezien het bruikbare gebied zo’n drie tot vier keer zo groot wordt, wordt de onbalansvariatie tussen links en rechts ook met dezelfde factor gereduceerd. Bovendien hebben de meeste regelaars in het gebied dat nu veel gebruikt zal worden aanzienlijk minder onbalans.

o        De signaal-ruisverhouding van een voor- en eindversterkercombinatie kan worden verbeterd, in sommige gevallen zelfs tot een factor tien oftewel 20 dB.

o        Voor het meest optimale resultaat kan een cd-speler met regelbare uitgangen via de Actieve Interlink direct aangesloten worden aan een eindversterker. De voorversterker kan dan geheel vervallen. De signaalniveaus kunnen aan elkaar worden aangepast. Daarnaast wordt ook nog eens van alle andere voordelen die in de andere hoofdstukken beschreven staan geprofiteerd, zoals de filtering voor stoorsignalen.

o        Wanneer het gebruik van toonregeling is gewenst dan zal de compensatie gerelateerd aan de stand van de volumeregelaar weer werken zoals het ontworpen is, namelijk alleen bij lage geluidniveaus en met steeds minder invloed naarmate het volume hoger is. Dit voorkomt overbelasting en beschadiging van de componenten.

 

De Filter Link kan op de verschillende manieren aangesloten worden zoals in de volgende voorbeelden wordt toegelicht.

 

 

Voorbeeld 1:

 

 

Voorbeeld 2:

 

 

 

Voorbeeld 3:

 

 

 

Technische achtergrond

 

Hoe verkeerd de afstemming tussen de componenten is laat een eenvoudig rekenvoorbeeld heel duidelijk zien. Daarbij is uitgegaan van het uitgangsniveau van de meeste cd-spelers dat zich zo rond 2 Volt effectief bevindt. Sommige cd-spelers zitten zelfs nog hoger. Gezien de constructie van de elektronica moet dit niveau ook wel zo hoog zijn omdat anders de enorme signaal-ruisverhouding van de cd-speler begrensd wordt door de signaal-ruisverhouding van de audioschakelingen en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Anderzijds is het bedenkelijk als het afgezet wordt tegen de signaal-ruisafstand van versterkers die ongunstiger wordt naarmate de gevoeligheid aan de ingang groter is.

 

Het maximale signaalniveau wordt bij vrijwel alle hedendaagse cd’s bereikt. Er zijn zelfs cd’s waarbij het audiosignaal vastloopt tegen dat maximum, soms incidenteel maar soms ook zeer grof en vaak. Voornamelijk in het verleden zijn er wel cd’s gemaakt op een uitzonderlijk laag niveau, zelfs tot –20 dBFS. Het bijzondere daaraan is dat die het aanpassingsprobleem eigenlijk bij de bron oplossen doordat het maximum signaalniveau bij lange na niet bereikt wordt. Logischerwijs verklaart dit het enorme verschil in luidheid dat tussen sommige cd’s bestaat.

 

 

Rekenvoorbeeld voor- en eindversterkercombinatie

 

In het volgende rekenvoorbeeld is uitgegaan van een bestaande bij elkaar behorende voor- en eindversterkercombinatie die werkelijk in de handel is van een bekend en als goed gekwalificeerd audiomerk. De combinatie verschilt overigens niet wezenlijk van de andere merken. De versterkingsfactor van de voorversterker blijkt een factor vijf te zijn en die van de eindversterker dertig. De eindversterker kan een maximum vermogen leveren per kanaal van 112,5 Watt in 8 W. Wanneer de uitgangsspanningen (U) worden teruggerekend vanaf de luidspreker rollen hier de volgende getallen uit:


Uuit eindversterker = 30 V

Versterkingsfactor = 30

Uin eindversterker = 1 V

 

Uuit voorversterker = 1 V

Versterkingsfactor = 5

Uin voorversterker = 200 mV

 

Samenvattend betekent dit dat bij een ingangsniveau van 200 mV effectief in de voorversterker bij het volume op tien en de toonregeling in de stand neutraal een vermogen van 112,5 Watt in de luidspreker wordt opgewekt. Dit klopt overigens ook precies zoals de fabrikant de apparatuur specificeert.

 

Maar dit is niet de realiteit. De realiteit is dat de cd-speler een spanning van twee Volt (= 2000 mV) levert. Wanneer het rekenvoorbeeld wordt omgedraaid en net wordt gedaan alsof de audioapparatuur geen begrenzingen zou kennen dan ontstaan hele andere getallen:

 

Uin voorversterker = 2 V

Versterkingsfactor = 5

Uuit voorversterker = 10 V

 

Uin eindversterker = 10 V

Versterkingsfactor = 30

Uuit eindversterker = 300 V

 

Een voorversterker is vaak nog wel in staat om 10 Volt te leveren. De beperking zit hier vooral in de eindversterker. Bij een uitgangsspanning van 300 Volt zou een vermogen van maar liefst 11.250 W (11,25 kiloWatt) in een luidspreker van 8 W worden opgewekt. De versterker is echter in werkelijkheid allang vastgelopen en produceert naar alle waarschijnlijkheid signaalvormen die weinig meer met muziek hebben te maken en die flink schadelijk kunnen zijn voor de aangesloten luidsprekers.

 

Een al eerder genoemd nadeel is dat de signaal-ruisafstand van het totale systeem tegelijkertijd nodeloos wordt verlaagd. Bij de genoemde combinatie van het alom gewaardeerde merk is het zo dat er duidelijk ruis uit de luidsprekers is te horen bij het volume op nul. Dit is ook logisch, aangezien het op zich lage ruisniveau van de voorversterker een onnodige factor dertig in plaats van slechts een factor drie wordt versterkt door de eindversterker, om daarop als duidelijk hoorbare ruis uit de luidspreker te komen. De ruis verdwijnt dan ook zodra de voorversterker wordt uitgeschakeld.

 

 

Rekenvoorbeeld geïntegreerde versterker

 

Bij een geïntegreerde versterker uit de reeks van hetzelfde merk is het al niet veel anders, zoals blijkt uit het volgende rekenvoorbeeld. De versterker kan eveneens een maximum vermogen leveren per kanaal van 112,5 Watt in 8 W. De ingangsgevoeligheid blijkt 150 mV te zijn.Wanneer de uitgangsspanningen (U) worden teruggerekend vanaf de luidspreker rollen hier de volgende getallen uit:


Uuit versterker    = 30 V

Uin versterker = 150 mV

Versterkingsfactor = 200

 

Samenvattend betekent dit dat bij een ingangsniveau van 150 mV effectief in de versterker bij het volume op tien en de toonregeling in de stand neutraal een vermogen van 112,5 Watt in de luidspreker wordt opgewekt. Dit is ook weer precies zoals de fabrikant de apparatuur specificeert.

 

Wanneer het rekenvoorbeeld wordt omgedraaid, de cd-speler twee Volt (= 2000 mV) levert en net wordt gedaan alsof de audioapparatuur geen begrenzingen zou kennen dan ontstaan ook hier andere getallen:

 

Uin versterker = 2 V

Versterkingsfactor = 200

Uuit versterker    = 400 V

 

Bij een uitgangsspanning van 400 Volt zou een vermogen van maar liefst 20.000 Watt (twintig kiloWatt) in een luidspreker van 8 W worden opgewekt. Ook de geïntegreerde versterker zal daar echt niet toe in staat zijn maar zal fors worden overbelast.

 

 

Hoe kan het worden het opgelost?

 

Met de Filter Link kunnen de vaak voorkomende misaanpassingen in signaalniveau worden opgelost. Bij gebruik tussen cd-speler en geïntegreerde versterker wordt het signaalniveau teruggebracht naar het globale maximale ingangsniveau volgens de specificatie van de fabrikant. Het gehele volumeregelaarbereik is weer beschikbaar met als voordelen een optimaal en comfortabel bedieningsgemak, een toegenomen geluidskwaliteit door minimale onbalans en natuurlijk minder kans op schade door overbelasting.



Terug naar boven

Terug naar de hoofdpagina